- Home
- Praktijken
- Aanmelden als patiƫnt
- Tandheelkundig team
- Behandelingen
- Kinderen
- Lachen is leven
- Klanttevredenheid
- Kwaliteit & garantie
- Tarieven, facturen & klachten
- Werken bij Dental Clinics
- Over ons
Kies bij voorkeur een zachte tandenborstel met een kleine borstelkop. Vervang de borstel iedere drie maanden! Een elektrische tandenborstel is aan te raden, omdat die precies de goede poetsbeweging maakt. Zowel voor een gewone als voor een elektrische tandenborstel geldt dat die de ruimte tussen de tanden niet goed kan poetsen. Daarvoor kunt u ragers of flossdraad gebruiken. Gebruik een tandpasta met fluor. Een centimeter tandpasta op een droge borstel is voldoende. Zo ontstaat er niet teveel schuim, dat een goed zicht verhindert op wat u doet.
Om er zeker van zijn dat u geen plekje overslaat, is het handig om een vaste poetsvolgorde aan te houden. Poets bijvoorbeeld eerst alle tanden van de onderkant, zowel aan de binnenkant, de buitenkant als aan de bovenkant. Poets de bovenkaak daarna in dezelfde volgorde. Bij het poetsen hoeft u niet veel druk op de tandenborstel te zetten. Het zijn vooral de bewegingen van de tandenborstel die de tandplak verwijderen. Tandplak zet zich vooral vast op de overgang van uw kies of tand naar uw tandvlees. Let daar dus goed op bij het poetsen. Zet de tandenborstel schuin op het tandvlees en maak korte, horizontale bewegingen. De tandplak verdwijnt door de bewegingen. Poets ook uw tong en gehemelte voorzichtig.
Om te controleren of u goed poetst, kunt u af en toe een ‘poetsverklikker’ gebruiken. Dit is een tablet met een rode kleurstof. Nadat u uw tanden heeft gepoetst, kauwt u op de tablet en verspreidt u de kleurstof met uw tong over uw tanden en kiezen. Daarna spoelt u uw mond met een beetje water. Waar u rode plekken ziet, zit nog tandplak.
Zet de tandenborstel schuin op de overgang van tand of kies naar tandvlees
om tandplak te verwijderen
(bron plaatje: Ivoren Kruis)
Kies een vaste poetsvolgorde. Bijvoorbeeld: eerst de binnenkant van de onderkaak, dan de buitenkant van de onderkaak, daarna de achter- en bovenkant van de onderkaak en daarna de bovenkaak in dezelfde volgorde.