Spenen en duimzuigen

Als uw kind nog duimzuigt als de permanente tanden doorbreken, kan de stand van de kaken veranderen waardoor tanden scheef gaan staan. Ook kan de positie van de onderkaak ten opzichte van de bovenkaak veranderen. Om dit te voorkomen kunt u de pasgeborene, zodra het kindje de neiging heeft op de duim of vingers te zuigen, een speen geven. Verkeerd en te vaak een speen gebruiken is ook niet goed, maar kan makkelijker worden afgeleerd. Zaak is om ervoor te zorgen dat uw kind het zuigen op de duim of speen heeft beëindigd voordat de permanente tanden doorkomen. Dit is rond het zesde levensjaar.

Stoppen met duimen

De duim oefent druk uit op de tanden en het verhemelte. Dat effect is blijvend en bepaalt dus ook de stand van de tanden van het volwassen gebit. De gevolgen van het duimzuigen worden onder andere bepaald door de frequentie, de intensiteit, de positie van de duim en de kracht waarmee wordt geduimd.

De speen

In eerste instantie heeft de speen een duidelijk doel. Pasgeboren baby’s hebben een grote zuigbehoefte. De speen is een hulpmiddel om daarin tegemoet te komen en het kindje tevreden te stellen. Als het kindje ongeveer een jaar is, is het zuigreflex afgenomen. Dan dient de speen alleen nog voor het gevoel van troost, veiligheid en rust. Als oudere kindjes nog steeds een speen gebruiken kan dit nadelige effecten hebben. Zo kan de bovenkaak versmallen, het gehemelte verhogen of een overbeet ontstaan. Ook als uw kind nog een melkgebit heeft! Dit kan leiden tot problemen met de spraakontwikkeling. Ook een scheef gebit en beugel op latere leeftijd kunnen een gevolg zijn.

  • Stop een speen nooit in uw eigen mond om hem schoon te maken, maar spoel hem af onder de kraan. In de mond zitten bacteriën die o.a. gaatjes (cariës) veroorzaken.
  • Probeer uitwisseling van speeksel tussen uw kind en anderen zoveel mogelijk te voorkomen en kook de speen regelmatig uit.
  • Haal de speen of duim uit de mond tijdens het slapen. Duw lichtjes tegen de onderkaak zodat hij zijn mondje sluit. Als dat niet lukt, wacht er dan nog even mee en probeer het later nog eens.
  • Gebruik de speen voor specifieke momenten: voor het slapen gaan of rozige momenten zoals vlak na het eten of na het bad.
  • Wen uw kind eraan dat de speen niet mee naar buiten gaat, maar alleen in een noodgeval zoals extreme moeheid wordt gegeven.
  • Toon begrip en ontmoedig het duimen voorzichtig.
  • Een reminder zoals een pleister op de duim kan helpen.
  • Het is belangrijk dat uw kind ook zelf wil stoppen met duimen. Druk uitoefenen heeft vaak een averechts effect. Probeer het gewoon later nog eens.
  • Plan één stap tegelijk en probeer niet alles in één keer af te leren.
  • Als het kind overdag niet meer duimt, kan de gewoonte ‘s nachts worden afgeleerd door een handschoen of een sokje over de duim te doen.
  • Complimentjes als het kind niet duimt, werken beter dan boosheid als uw kind duimt.
  • Houd bij hoe lang uw kind niet meer duimt (bijvoorbeeld met een gedragskaart waarop u uw kind beloont met kleine stickers) en geef eventueel kleine cadeautjes of een leuk uitje in het vooruitzicht.
  • Stop voor de eerste verjaardag. De zuigbehoefte van baby’s neemt na zes tot acht maanden flink af. Door voor de eerste verjaardag het gebruik van de speen af te bouwen, voorkomt u  gewenning en gaat het stoppen makkelijker.
  • Doordat de fopspeen voor veiligheid staat, is het belangrijk dit niet af te bouwen in onrustige perioden zoals tijdens de vakantie of een verhuizing of rond de verjaardag.
  • Bedenk samen met uw kind een mooi afscheid voor de speen. Online zijn de leukste tips en tradities te vinden. Een traditie in Denemarken en Zweden is bijvoorbeeld dat peuters op hun derde hun fopspeen vaarwel zeggen en in een spenenboom hangen. Op onze social media vroegen wij andere moeders naar hun tips. Dat leverde het volgende op:
    • “Stop rond Sinterklaas de speen in de schoen i.p.v. een tekening voor de babypietjes.”
    • “Laat de speen samen op in de lucht met een heliumballon en een briefje erbij. Dan zien ze hem ook wegvliegen.”
    • ‘Knip het puntje van de speen af”
    • “Leestip: Stoppen met foppen boek”
    • “Verzamel de spenen en breng deze naar een baby in de buurt. Om als het ware door te geven. Bijvoorbeeld als je ergens op kraamvisite gaat.”
    • “Ben je zwanger? Vertel je kind dan dat het de speen mag ‘doorgeven’ aan de nieuwe baby in de buik.”
    • “Samen met je kind een plan maken.”
    • “‘Vergeten’ de speen mee op vakantie te nemen.”
    • “Geef jouw kind een massieve speen.”
    • “Verzend de speen naar een ander kindje. Laat uw kind het pakket zelf op de post doen.”
    • “Begraaf de speen samen in de tuin.”
    • “Vertel dat de ‘spenenfee’ de speen ‘s nachts komt ophalen om naar andere baby’s te brengen. Uiteraard legt de fee er iets leuks voor in de plaats.”
    • “Geef de speen aan de baby’s op de opvang. Daar gooien ze de speen dan weg.”
  • Zorg ervoor dat het duidelijk is dat uw kind niet altijd zijn speen mag, bijvoorbeeld alleen nog voor het slapengaan. Ga zo steeds een stap verder, totdat de fopspeen geheel verdwenen is.
  • Leg uw kind op een rustig moment uit dat de speen echt weg moet om gezonde tanden te houden.
  • Zorg dat u volledig achter het besluit om te stoppen staat en dat de andere verzorgers u hierin steunen.
  • Benadruk hoe groot uw kind al is en dat het ‘cool’ is om te stoppen met spenen.
  • Zorg dat er echt geen spenen meer in huis zijn.
  • Bedenk samen met uw kind iets dat hij/zij voortaan bij zich in bed kan nemen, zoals een pop of knuffel. Of welke gedachten op een dergelijk moment kunnen helpen.
  • Prijs uw kind als het zijn best doet om met de speen te stoppen.
  • Benadruk positief gedrag, dan zal stoppen veel soepeler gaan. Houd vol, anders is alle energie en moeite voor niets geweest. Vaak ziet u na een aantal dagen resultaat.
  • Noteer hoe vaak uw kind om de speen vraagt en/of hoe lang uw kind protesteert als het de speen niet krijgt. Hierdoor krijgt u inzicht in de vooruitgang die u boekt.

Bronnen: